Geweven wandkleden volgens de klassieke gobelin- of Vlaamse methode.

Textieltechnisch gesproken is een gobelin een geweven wandkleed in ripsweefsel, d.w.z. de inslag bedekt geheel de scheringdraden. Een Nederlands woord voor deze vorm van weven is 'legwerk'. De wever is de 'legwerker'.


Hautelisse getouw

De kleden worden geweven op een haute-lisse getouw, d.w.z. dat de schering- of kettingdraden verticaal staan. Er wordt aan de achterkant van het werk geweven. Aan de kant van de wever ziet men de klosjes met wol of zijde, in alle benodigde kleuren, hangen.

 

Er wordt eerst een schetsontwerp, (petit-patron) van de voorstelling gemaakt, dan een patroon (carton) op ware grootte. Dit carton wordt achter de ketting (scheringdraden) bevestigd.
 


Carton en weefsel


Klosjes aan de achterkant

De lijnen van het ontwerp worden op de ketting getekend en zo nauwkeurig mogelijk nageweven.
 

 
   Weversmerk 

Iedere wever heeft een z.g. weversmerk, dat aan het wandtapijt wordt toegevoegd als een soort handtekening. Bij deze kleden is dat de letter R, met rechts er boven het Romeinse cijfer II.
Daar de wever aan de achterkant van het werk zit, wordt de letter in spiegelbeeld geweven: . Deze is het Russische teken voor 'IK'. (En er zit heel wat 'IK' in deze kleden...)
   

Voor het Eindresultaat
 
Voor afbeeldingen van de Gobelins